woensdag 30 januari 2013

1182 - OVER DE AS ROME-BERLIJN


***

Woensdag 30 januari

Zon 8u21-17u31

H Aldegonda

 1182 - OVER DE AS ROME-BERLIJN

 

’n Vlaming komt op doorreis voorbij ergens in de Provincie Luxemburg en wil ’n kleine inlichting van ’n viertal mannen die daar zitten te kaarten. “Sprechen Sie Deutsch?“ – Geen antwoord. “Do you speak English?” - Geen antwoord. “Parlo Italiano?” – Geen atwoord – De man probeert nog Lietzebourgs en Espagnolo en geeft het tenslotten op. Waarop de Waaltjes tegen elkaar zeggen : waarom zouden wij vreemde talen moeten leren? Die man spreekt er minstens 6 en nog verstaan wij hem niet.

***

Sneeuwpret

 

***

 

 
Dit stukje gaat over ‘n uitgeweken Italiaan en een uitgeweken Duitser. Vandaar de titel : de As Rome-Berlijn, omdat wijlen Mussolini en wijlen Adolf Hitler ook zo’n ‘Stalen Pact’ hadden gesloten. Naar later is gebleken, zou die As beter De As van Het Kwaad genoemd geweest zijn!
Signore Di Jeanetto, und Herr von Saxen Coburg Gotha en nog wat : ze zitten beiden veilig genesteld in de vette Vlaamse kaas, waar ze zelfs met geen kanon zijn uit weg te schieten. Die twee spelen de bal als twee volleerde jongleurs naar mekaar toe. Vandaag schoffert de ene, morgen de andere. Al lijkt het eerder de jongere homo dan de oude heer te zijn die de dans leidt. Wat in die middens niet ongebruikelijk is.
Ach waarom pakt de H. Beatrix der Nederlanden, tussen haakjes ook iemand van ‘Duytschen bloede’ Albèèèr niet meteen aan het handje, om gezamenlijk op te stappen. Prins Pils, nota bene de zoon van een SS-Reiter en de Stijve Hark uit Belvédère kunnen dan gelijk mee opstappen. Zo wordt hun de schande van de afgang bespaard. De degeneratie van het Blauw Bloed is nog nooit zo duidelijk geweest en daar kan fris maagdenbloed niet veel aan veranderen….
Trouwens, wat moeten onze Noorderburen met een jonge Koningin (al is ze nog zo schattig!) wiens vader minister is geweest bij Dictator Pinochet, de veroordeelde oorlogs-misdadiger.
Mooi zootje daar, in al die paleizen!

Ter zake :

Koning ontpopt zich tot spreekbuis van PS

Toespraak gestelde lichamen: Albert II recidiveert

29 januari 2013 • 17.14u

***

“De federale overheid heeft in korte tijd reusachtig werk verricht. (..) De Federale overheden hebben, met de steun van acht partijen die meer dan 2/3 van de leden van het Parlement vertegenwoordigen, al een eerste belangrijk pakket van de Staatshervorming laten goedkeuren. Het omvat de oplossing van het BHV vraagstuk dat jarenlang ons politiek leven en de betrekkingen tussen onze Gemeenschappen heeft vergald.”

“Ik onderstreep al die verwezenlijkingen omdat ik het belangrijk vind dat de burgers zich rekenschap moeten geven van de markante vorderingen die ons land heeft gemaakt, en ook dat het zijn internationale geloofwaardigheid heeft herwonnen. De dagelijkse berichtgeving die de aandacht vestigt op de problemen van het ogenblik geeft hun daar niet altijd voldoende gelegenheid toe. Daarom precies is het belangrijk objectieve beoordelingen te vernemen betreffende de tot stand gekomen veranderingen, en dit voldoende openbaar te maken.”

Het Vlaams Belang heeft kennis genomen van de toespraak die het staatshoofd vandaag heeft gehouden voor de zogeheten “gestelde lichamen”. Het doet ons plezier dat wij nooit tot deze lichamen hebben behoord.

We stellen vast dat de Vorst na de omstreden Kerstboodschap recidiveert in de overtreffende trap. Nooit eerder was de toespraak van Koning Albert II zo uitgesproken partijdig en zo lyrisch over het werk van de regering als vandaag. In een overigens schabouwelijk Nederlands zingt het staatshoofd zodanig de lof van de regering dat het in hoge mate gênant wordt.

Door expliciet te verwijzen naar de twee derde meerderheid in het parlement, keert het staatshoofd het resterende derde (en daarmee de helft van de Vlamingen) uitdrukkelijk de rug toe. Zelden werd een duidelijker bewijs afgeleverd dat deze Vorst uitblinkt in partijdigheid en verzaakt aan zijn plicht tot politieke neutraliteit.

Na het horen van deze toespraak zouden we haast jaloers worden op de Nederlanders, omdat die een Vorstenhuis kunnen koersteren dat wél dicht bij het volk staat en dat omwille van zijn oprechte dienstbaarheid door de Nederlanders op handen gedragen wordt.

Bart Laeremans, Senator

***

 
Er is iets met die koningen dat ik niet goed begrijp. Bij de Franse Revolutie in 1789 waarvan wij alleen maar positieve zaken mogen horen, werd het ‘Ancien Regime’  der Koningen dood en begraven verklaard. Als symbool van dat allemaal is de uitvinding van Dr Guillotin tot ons gekomen, die op een  pijnloze en snelle manier de tegenstrevers liet onthoofden. Liefst voorgesteld als een kermis-attractie, en misschien wel met entree-kaartjes lijk voor de cinema.  Zeg nu zelf : een veel attractiever en zelfs amusanter oplossing dan de ‘Endlösung’ der Germanen, een paar honderd jaar later. Lodewijk XVI  Capet en een paar maanden later zijn echtgenote Marie Antoinette, beiden bevorderd tot gewone ‘citoyens’, mochten persoonlijk de degelijkheid van de nieuwe executie-methode komen demonstreren. Verre van een eenmalige vertoning, was dit het signaal voor wereldwijd vrede, gelijkheid en broederlijkheid. Na Waterloo ging het perfide Albion er zich me bemoeien, en installeerde die de natie-staten waaronder Belgenland. De Grote Mogendheden zochten en vond voor deze kunstmatige constructie een volgzame verarmde  familie met Blauw Bloed in een uithoek van Duitsland.. Die vonden ze in de persoon van een Londense flierefluiter en vrouwen-versierder die ze daar liever kwijt dan rijk waren. Op 1 juli  1831 zette die voet aan wal in De Panne, klaar om desnoods bij het minste onraadr, als een hazewind terug in te schepen.
En het werd koning na koning na koning. De Duitse taal bleef de hoftaal tot de Grote Oorlog des sympathie kwalm vergallen. Een vond men zelfs (1934) met doorschoten hoofd terug in Marche les Dames (had ’s nachts in februari (!) op zijn eentje aan bergbeklimming gedaan en was gevallen), de volgende werd in Kussnacht (Zwitserland) op een warme augustus-dag van 1935, vroeg in de morgen, in zijn open cabriolet getroffen door een dodelijke kogel-regen. Zijn vrouw, naast hem, verloor het leven. Hijzelf was alleen gekwetst. Toen hield hij 5 jaar deftig aan met de ‘gouvernante’ van zijn kinderen om er uiteindelijk mee te trouwen toen ze in verwachting was. Het huwelijk werd, zoals men dat zegt, geen succes.
Neen, ik zie echt niet in, waarom iemand die in de juiste wieg geboren wordt, in deze tijd als een God moet behandeld worden. Dan ga ik nog liever voor ‘die Spaanse heks’, zoals Lorenzo da Belgio haar bestempelt. Die is tenminste puur geweest, sedert we haar kennen. Puur ballast..

 

***

(Get) AA 3AB, strijder-schrijver op rust van blog-bubbels. Hij observeert de wriemelende mensenmassa’s en licht op klaarlichte dag het gebeuren bij met een stal-lantaarn. Want hij heeft niet graag dat Breedsmoel-kikkers in zijn zonlicht komen staan.

“Ut mien zunne, of ‘k straal joe, zei de bie”.
 

 

dinsdag 29 januari 2013

1181 – ‘T VLAAMS BEELANG MAAKT TOCH OVERAL PROBLEMEN WAAR ER GEEN ZIJN


 

***

1181 – ‘T VLAAMS BEELANG MAAKT TOCH OVERAL PROBLEMEN WAAR ER GEEN ZIJN

 

Hare Koninklijke Doorluchtigheid (met appel)

 

Sombrero con Pomo Doré, all&!

***

 
O Ja! ’t Is nog waar ook! Brussel is nog altijd niet bevrijd!
Het wachten is nu (zoals ‘tSCHELDT schrijft), samen met de Orangist Lewie van Leuven, op Koning Willem IV van Oranje-Nassau om gewapenderhand de nederlaag der Nederlanders van 1830 te wreken. De schoolkinderen staan te zwaaien met vlaggetjes langs de kant van de weg, en op alle transen, de leeuwen dansen. De beiaard speelt zo schoon hij kan, de vreugde heerst alom. Als kers op de taart en  Alva de Bloedhond indachtig, grijpt op de Grote Markt de onthoofding plaats van de laatste Coburg. In piëteitsvolle herdenking Graaf Egmont en Graaf Hoorne (uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis) achterna. Er kan desnoods ook ’n complete Vlaamse Revolutie van gemaakt worden, met alles er op en er aan. Met guillotines en zo. Hebben de Fransen toch ook gehad in 1789…. Elkk op toer is niet teveel!
Na deze geslaagde putch, kunnen de Vlamingen dan achteraf van deze Willem nog altijd ook ’n Willem de Zwijger maken.

Ter zake :

Brussels parlementsvoorzitster Dupuis (PS) schoffeert Nederlandstaligen in haar nieuwjaarstoespraak

Vlaams Belang eist excuses

PERSMEDEDELING – 28 januari 2013

***

De parlementsvoorzitster van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, mevr. Françoise Dupuis (PS) ligt al langer dan van vandaag niet meer in de bovenste schuif bij het personeel van het parlement. Haar vaak ondoordacht en autoritair optreden maakt dat heel wat personeelsleden zich geïntimideerd voelen door haar. Voornamelijk Nederlandstalige personeelsleden worden door mevr. Dupuis al wel eens zeer minachtend behandeld.

Op de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie voor het personeel van het parlement is dit nogmaals overduidelijk tot uiting gekomen. Zoals de traditie het vereist, voerde de parlementsvoorzitster ook dit jaar het woord op die receptie. Maar tegen iedere traditie, regel en hoffelijkheid in, deed ze dat dit jaar uitsluitend in het Frans, om haar toespraak letterlijk te beëindigen met de neerbuigende woorden: “Et pour les flamands la même chose!”.

Het hoeft dan ook weinig betoog dat heel wat personeelsleden – en zeker niet enkel de Nederlandstaligen – zwaar geschoffeerd waren door de arrogante anti-Vlaamse houding van parlementsvoorzitster Dupuis.

Vlaams Belang vindt de houding van mevr. Dupuis totaal onaanvaardbaar. Ze getuigt van een gebrek aan respect voor de Nederlandstalige personeelsleden, en bij uitbreiding voor alle Brusselse Vlamingen. De Vlaams-nationale partij eist dan ook dat mevrouw Dupuis onomwonden haar excuses zou aanbieden aan het personeel van het parlement, en aan de Brusselse Vlamingen. In het Nederlands, uiteraard.

Dominiek Lootens Fractievoorzitter Vlaams Belang Brussels Hoofdstedelijk Parlement

***

Het hoge woord is er dus weer uit.  Eigenlijk is het nooit helemaal weg geweest in  dit land : Foert!
Met deze worden ‘Pour les Flamands la même chose’ joegen in ’14-’18 de Franstalige officieren de Vlaamse IJzerjongens in het vuur. Ach wat! Ce n’étaient que des Flamnds’…
Die Madame Françoise Dupuis (Dupuis? Depuis? Depuis quand?) moeten we opschrijven. Zelfs moest ze zich ondertussen verschoond (!) hebben. Voor wat mij betreft, kan er genoegen genomen worden met haar (na de Wende) in een gouden kooitje te stoppen, achter een vitrine aan het Noordstation. Waar ze, dag en nacht, voor de rest van haar dagen op haar stokje als een papegaai de reden kan zitten herhalen waarom ze daar zit : pour les Flamands etc… Als afwisseling zou ze om zich op te beuren, om beurten de Branbançonne mogen fluiten. En af en toe roepen’ “Bonjour Albèèèr” - “Bonjour Paolà” - ”Comment allrez-vous?
Want tegen die tijd, zal er geen kat meer zijn die haar begrijpt. Want, wij tweetaligheid in Brussel toelaten? Ja, in de gaarkeukens misschien, en daar waar de borstels staan!.

 

***

(Get) AA 3AB, strijder-schrijver op rust van blog-bubbels. Hij observeert de wriemelende mensenmassa’s en licht op klaarlichte dag het gebeuren bij met een stal-lantaarn. Want hij heeft niet graag dat Breedsmoel-kikkers in zijn zonlicht komen staan.

“Ut mien zunne, of ‘k straal joe, zei de bie”.
 

 

1180 - MAAL ETIENNE VERMEERSCH MINISER VAN ONDERWIJS


 

***

1180 - MAAL ETIENNE VERMEERSCH MINISER VAN ONDERWIJS

Zelfs als kind lieten wij ons niet doen….

 

De ene al wat minder dan de andere

***

 
Kijk, beste mensen, ik zal jullie een groot geheim verklappen. wij, Pallieter-lezers, hebben naar het woord van ons lijfblad, meestal een goed hart maar een slecht karakter. Of omgekeerd. “Peu importe” : wat telt is, dat als, ik zeg wel àls iets goed is, wij dat dat dan ook zeggen. Zelfs zo uitgebreid mogelijk.
Vandaag krijgt dus de niet zo sympathieke maar zeer integere Etienne Vermeersch de eer. Omdat als hij iets aanraakt die meteen in goud verandert.
Ik verklaar mij nader. Er wel aan toevoegend dat de binnenkant van mijn hoofd (dank U voor deze tip, Guido!) slechts 1/100ste bevat van dat van de Heer Vermeersch. Een mens moet zijn plaats kennen, hé!
Rond de tijd van mijn Plechtige Communie (HaHa, Etienne, herinnert U zich die ook?) kreeg ik het thuis aan de stok met mijn grote broer, omdat ik een paar van zijn bladen dubbel ‘minister-papîer’ had verprutst door deze aan elkaar te plakken tot een strook van wel 2 meter, en daar allemaal jaartallen op had gezet. In ‘schoonschrift’, met ‘Ancre de Chine’, als U het wilt weten. Die jaartallen stonden op één lijn, van links naar rechts, op halve hoogte. Omdat daar, zowel onder als boven, in gekleurde inkt, met pijltjes naar het betrokken jaartal, gebeurtenissen moesten staan  die mijn ‘wereldbeeld’ in één oogopslag moesten tevoorschijn toveren. De kleuren weet ik niet meer precies, maar Dickens, Baudelaire en Dante moesten in ’t rood staan (letterkunde) – Boduognat, Alva en Napoleon in ‘t groen (historie), Copernicus, Mercator, Marconi (ontdekkingen) in ’t purper, St Franciscus, Concilie van Trente, Val van Constantinopel, Catharen, (Kerkgeschiedenis), in ’t geel enz. Ik werkte dat af op de tafel in Moeders ‘beste kamer’ waar nooit iemand kwal, en raadpleegde daarvoor alles wat mij onderhanden kwam,  en dat waren meestal de leerboeken van oudere broer of zus.
Nu zou dat soort dingen een ‘tijd-tabel’ genoemd worden, op computer staan en waarschijnlijk duidelijk blijven. Mijn werkstuk werd na een paar dagen (weken?) totaal on-overzichtelijk. Zelfs ons Moeder moest toegeven dat het louter papier-verspilling was. Over tijd-verspilling werd niet gerept : ik was immers heel die tijd uiterst ‘braaf’ geweest. Mijn werkstuk werd dan ook vakkundig verfrommeld en door broer-lief in de kachel gedaan.
Wat daarvan overgebleven is? Hoofdzakelijk de ‘kapstok-jaartallen’ : 1500 ° Keizer Karel / 1830 ° G. Gezelle / 1789 : Franse Revolutie. Maar in de loop der jaren werd dat, gewoon uit liefhebberij, almaar door uitgebreid. Zo leerde ik stilaan de samenhang der dingen begrijpen, precies alsof ik erbij geweest was.
Wat ik daar uit geleerd heb? Dat de honger naar ‘weten’ (op elke leeftijd) uitsluitend afhangt van de bezieling die uitgaat van de persoon die op zeker ogenblik meer weet dan gij-zelf. Ik had het geluk veel goede leraars te hebben gehad en veel intelligente mensen te hebben ontmoet. Wat ontbrak, stond dan in de boeken. En sedert kort, hangt jet, grijpensklaar, in ‘The Cllouds’.
Ik vind het curieus dat het dan toch maar weer uit de Hemel moet komen!

Ter zake :

Basiskennis voor vakmensen en verantwoordelijke burgers van morgen

 

Ik beleefde als puber een grote vreugde toen ik in mijn labo thuis voor het eerst waterstof produceerde. Wist ik veel dat dit een 'vaardigheid' was die ik aan een 'attitude' te danken had Vooreerst iets over de test van onderzoekers Jan Swerts en Kurt Monten (DM 24/1). Paul Yperman, raadgever van onderwijsminister Pascal Smet (DM 25/1) zegt hierover: "Het waren echte weetjesvragen opgemaakt als een quiz. Die vragen evalueren niet of de leerlingen van vandaag al dan niet de eindtermen halen."

Totaal onjuist. Ik heb de 92 vragen op de site van Knack (correct) beantwoord. Er was wat aandacht nodig in verband met de Schengen- en de eurolanden en ook de foto van Mario Monti. Ik neem aan dat er voor jongeren nog een paar moeilijke waren, maar elke student had toch minstens tachtig van die vragen feilloos moeten oplossen. Wie dat niet kon heeft de 'eindtermen' zeker niet behaald; zoniet is er met die eindtermen iets grondig mis. Het op de kaart kunnen aanduiden van de Belgische provincies en hun hoofdsteden, van de oceanen en de grote landen, is mijns inziens leerstof van het basisonderwijs (ik herinner me een vraag uit het vijfde leerjaar: 'In welk land ligt Alaska?'). De vragen over historische feiten gingen niet over 'weetjes'. Om die betreffende de 'beeldenstorm' op te lossen moest je dat in de 16de eeuw kunnen situeren: de alternatieven vielen dan weg. En dat gold voor al die historische gegevens. Wel had ik wat meer vragen inzake wetenschap en techniek gewenst: Copernicus, Galilei, Kepler, Newton, Einstein, Watt, Faraday, Edison, enz. Dat de Hervorming (ook de eerste excessen ervan) in de 16de eeuw plaats vond, is geen 'weetje', maar kennis die iedereen na het secundair onderwijs moet beheersen. Als het kabinet het belang van deze vragenlijst onderschat, hebben ze van het probleem helemaal niets begrepen.

Hier komt immers niet alleen een gebrek aan interesse voor de actualiteit naar voren, maar ook een totale onwetendheid betreffende elementaire kennis van geschiedenis en aardrijkskunde. Hoe wil je dat iemand belangstelling krijgt voor wat zich nu in ons land, in Europa en in de wereld voordoet, als alles wat buiten onze grenzen gebeurt, of voor 1960 gebeurd is, achter een ondoorzichtig gordijn verborgen ligt? Als ik een dergelijk fiasco vergelijk met de uiteenzettingen bij de 'eindtermen' van het secundair onderwijs, dan is het evident dat die ofwel te hoog gegrepen zijn, ofwel in de praktijk geen adequate toepassing kennen (ofwel allebei). In mijn optiek (en die van veel anderen) heeft dat te maken met visies op het onderwijs die sinds een veertigtal jaar door sommige pedagogen worden verspreid en die langzamerhand gemeengoed zijn geworden. Een belangrijk aspect hiervan is het onderscheid tussen 'kennis' enerzijds en 'vaardigheden' en 'attitudes' anderzijds, waarbij het belang van echt parate kennis in de verdrukking raakte.

Aan de basis lag een immens misverstand. Bij de studie van wiskunde, natuurkunde en scheikunde is het altijd evident geweest dat het theoretisch formuleren van stellingen of wetten gevolgd werd door oefeningen, omdat men alleen hierdoor die kennis volledig beheerst. Niemand zag vroeger de noodzaak het ontbinden in ondeelbare factoren of het oplossen van vergelijkingen als 'vaardigheden' te zien. En ook het toepassen van wetten in elementaire metingen en experimenten, behoorde tot het echt 'kennen' van de natuur- en scheikunde. Ik beleefde als puber een grote vreugde toen ik in mijn labo thuis voor het eerst waterstof produceerde. Wist ik veel dat dit een 'vaardigheid' was die ik aan een 'attitude' te danken had. Ik schreef het eerder toe aan mijn liefde voor kennis en aan de onmisbare steun van Jongens en Wetenschap.

Naast de meer 'nomothetische' (wettenstellende) wetenschappen, waar het toepassen van de wetten essentieel is, zijn er ook de meer 'idiografische', waar de beschrijving van particuliere feiten en processen de hoofdbrok vormt. De notie 'oefening' komt hier veel minder aan bod: het wezenlijke is dat men erin slaagt particuliere gegevens een plaats te geven in meer overkoepelende kaders. Een bepaald plaatselijk incident - de verwoesting van een klooster - vormt dan een aspect van een algemeen gebeuren 'beeldenstorm' en dat wordt dan weer gesitueerd, enerzijds in de verspreiding van de Hervorming en anderzijds in de interactie met de Spaanse koning en zijn landvoogden. Dit is allemaal kennis van feiten, al worden die natuurlijk met elkaar verbonden tot een hoger geheel. Het 'van buiten kennen' van enkele stapstenen daarin, maakt het inzicht in de samenhang tot een blijvende verworvenheid. Ook hier is de enige zinvolle 'attitude' de hunker om feiten en hun samenhangen te kennen: de 'vaardigheid' om die met andere, eventueel hedendaagse, te vergelijken, vloeit daar vanzelf uit voort. Hoe meer men bepaalde gegevens, bijvoorbeeld datums zoals 313, 843, 1517, 1648... paraat heeft (in hun kader geplaatst), hoe gemakkelijker, zinvoller en vooral beklijvender het allemaal wordt. Maar ook bij andere beschrijvende wetenschappen is dat het geval. Eenmaal in mijn leven heb ik de moeite gedaan om de geologische tijdperken van buiten te leren (Cambrium, Ordovicium, Silur, Devon, Carbon, Perm, Trias, Jura, Krijt...). Ik hoef daarvoor dus nooit meer Google te raadplegen. En wat een onvoorstelbare basis voor inzicht in de totale werkelijkheid heeft iemand die de essentie van het boek Powers of Ten paraat heeft (Morrison, zie Google). Welk een zaligheid is het ook gedichten en andere teksten uit het hoofd te kennen en dankzij de herhaalde confrontatie met schilderijen te weten: dit is een Caravaggio, een Rubens, een Rembrandt een Schiele of een Kandinsky. Zijn daar vaardigheden en attitudes mee gemoeid? Ik heb er nooit bij stilgestaan. Wat ik op dat vlak van leraars zoals E.H. Nollet heb meegekregen was 'kennis'. Die kennis was dan weer gebaseerd op zijn brede culturele bagage; een 'lerarenopleiding' had hij nooit gehad.

 

Wat zijn de besluiten? De school moet het doen. Mijn ouders hadden alleen lagere school gevolgd, mijn vader tot 11 jaar; alleen de school kon mij op eenzelfde niveau als mijn bourgeoisvriendjes brengen. Ouders moeten hun kinderen opvoeden tot fatsoenlijke mensen. De rest is onderwijs en dat is in de eerste plaats kennisoverdracht: het overige komt vanzelf. Wel is er leergierigheid nodig en bereidheid om te studeren, ook als er harde noten te kraken vallen. De school zelf moet jaar na jaar (telkens de eerste veertien dagen) nagaan of de basiskennis van de vorige jaren aanwezig blijft. Wat van die kennis essentieel is, moeten we opnieuw duidelijk vastleggen, maar dan concreter dan die holle 'eindtermen'. Het doel is dubbel: bedreven en gedreven vakmensen vormen en tevens burgers opleiden met inzicht in het maatschappelijk leven en dus met verantwoordelijkheidszin.

 

 

 

***

 
Waar dat gaat eindigen? AUB toch niet zoals men thans bezig is. Vermeersch zegt het daar ergens : zijn leraren waren in veel gevallen geen pedagogen, maar priesters. In mijn  college waren er zelfs bij, die amper een paar jaar ouder waren dan wij-zelf. Maar  ‘den bull’, een fijngevoelig man met een ruwe bolster, leraar godsdienst, was een fervente fan van Godfried Bomans. Die leerde hij ons tussendoor kennen door dikwijls het laatste kwartiertje van zijn les, zo’n beduimeld boekje uit de diepe zakken van zijn soutane op te diepen, om voor te lezen uit ‘De Avonturen van Pa Pinkelman’. Zelfs in de Lagere School werd ons haarfijn uitgelegd wie in Indië (toon met Uw vinger op de wereldbol!) Mahatma Gandhi was, zodat ik later moeiteloos kon overschakelen op Rabindrnath Tagore….
Zelfs over Monte Cassino werd ons, peuters, uitgelegd wie en waar (toon met Uw vinger op de wereldbol!) dat daar in Italië door het oorlogs-geweld een eeuwen-oude cultuur werd weggeveegd. Toen woedde (1943) de oorlog nog volop, en Meester zal wel  zijn tong tien keer in zijn mond hebben moeten ronddraaien. Monte Cassino is in mijn hoofd blijven hangen en werd later de ‘kapstok’ waaraan quasi heel Italië is komen te hangen, zowel de vulkanen als de Oude Romeinen.  Geen wonder dat ik door dat alles in de herfst van mijn leven in Etrusken-land ben terecht gekomen, bijna in de tijd van de Babyloniers en de Feniciërs…
Genoeg tijd dus om alles een beetje te relativeren…..

 

***

(Get) AA 3AB, strijder-schrijver op rust van blog-bubbels. Hij observeert de wriemelende mensenmassa’s en licht op klaarlichte dag het gebeuren bij met een stal-lantaarn. Want hij heeft niet graag dat Breedsmoel-kikkers in zijn zonlicht komen staan.

“Ut mien zunne, of ‘k straal joe, zei de bie”.
 

 

1179 - OVER NIEUWE TIJDEN DIE WE ZELF GAAN MOETEN MAKEN


***

Dinsdag 29 januari 2013

Vorstmaand

Zon 8u23-17u29

H Poppo van Deinze

1179 - OVER NIEUWE TIJDEN DIE WE ZELF GAAN MOETEN MAKEN

 

Rood van achtergrond

 

Maar tenminste intellectueel eerlijk

***

 
Onderstaand artikel handelt over Nederlandse toestanden. Zo innig gevoeld en zo diep. Maar het volstaat de aangehaalde Mr Zijkstra te vervangen door onze Trezebees Thyssen van de Tsjeven, die ook zo erg tegen het volks-referendum gekant is, om in de juiste stemming te komen. Het geheel is een tonicum vol bubbelende parels als van champagne-wijn, opgediend op een knus terrasje in de eerste lente-stralen van een zuiderse zon.
Waarom ik de schrijver van dit artikel (Leon de Winter) bij deze op een piedestal wil zetten? Inzonderheid voor die ene alinea waar hij beschrijft hoe de hedendaagse beroeps-politiekers aanklampers zijn van een achterhaald tijdperk.
Leon de Winter, die ik voorheen niet de eer had te kennen, blijkt volgens Wikipedia een geëerd schrijver te zijn, in wiens broekzak alle schrijvers van het genre als Lanoye en Brusselmans niet eens een plaatsje zouden mogen krijgen. De man heeft mij dermate getroffen, dat ik, mijn kop er af!, zo gauw mogelijk  van hem mijn eerste digitaal boek wil bemachtigen.
Een artikel om in te kaderen, zodat het in geschenkverpakking ter koestering aan Uw geliefde kan overhandigd worden.

 

Ter zake

Geplaatst door Leon de Winter op 28 januari, 2013 - 10:14

 Wat er mis is met de Nederlandse politiek werd afgelopen woensdagavond akelig zichtbaar in de persoon van Halbe Zijlstra, de fractieleider van de VVD. Bij Pauw & Witteman weigerde hij de roep om een referendum te steunen aangezien we een vertegenwoordigende democratie hebben – dus kunnen politici na de volkse gang naar de stembus vrijuit hun gang gaan, aldus Zijlstra.

Ik heb het hier al vaker geschreven: de vertegenwoordigende democratie is een achterhaald negentiendeeeuws systeem. Het is afkomstig uit de tijd van de stoomtrein, gasverlichting en armen die geen tijd hadden om zich te verdiepen in actuele politieke zaken aangezien ze dag en nacht moesten werken om het hoofd boven water te houden. Zij hadden vertegenwoordigers nodig. De gebrekkige burger volgde gedwee de goedgebekte en alwetende vertegenwoordiger.

Maar in een tijd van welvaart, brede educatie en internet is het bespottelijk om één keer in de vier jaar – er gebeurt nu in een jaar meer dan vroeger in tien jaar – een stem uit te brengen op figuren die zich na die stem door geen electoraat laten tegenhouden.

De religieuze, ideologische en sociale bevolkingsgroepen die zich door politieke organisaties lieten leiden, bestaan niet meer.

Uitgebuite arbeiders zijn nog moeilijk te vinden. Slaafse volgelingen van meneer pastoor beleven hun geloof tegenwoordig op een geheel andere manier. De ongeletterde keuterboer is een hoogopgeleide agrariër geworden. En allemaal zijn we verbonden met The Cloud, waarin het wereldgeheugen zich momenteel aan het opladen is.

Halbe Zijlstra is geen echte volksvertegenwoordiger in de moderne zin van dat begrip. Hij houdt ons gegijzeld met zijn ’mandaat’. Wij, burgers, stemmen bij de verkiezingen noodgedwongen op een pakket. Daarin is de Europese kwestie meestal van ondergeschikt belang. We moeten de pakketten van de politieke partijen slikken omdat het systeem ons geen keuze laat.

Ik vind mijn belangen en voorkeuren niet in één partijprogramma terug. Ik moet programmapunten wegstrepen en op deze manier, via een negatieve selectie, mijn partij vinden. Wanneer we referenda zouden hebben, zou de burger veel meer greep krijgen op kwesties die hem aangaan, namelijk: per vraagstuk. Maar het referendum zou een probleem voor de politieke elites bieden: hun belang en het belang van hun netwerk nemen daardoor af.

Kaste

Politieke elites vormen in het model van de vertegenwoordigende democratie een eigen kaste. Zij beschouwen zich als leiders en gidsen, als opiniemakers en beslissers. Zonder twijfel hebben deze elites bijgedragen aan de explosief toegenomen welvaart (ja, zelfs ten tijde van een crisis zijn we onvergelijkbaar rijker dan tien jaar geleden) en aan de enorme kansen die bijna iedereen in onze samenleving krijgt aangeboden. En daarmee hebben deze elites zichzelf succesvol bewezen, en dus overbodig gemaakt. Dat is de paradox waaraan zij moeten wennen, maar die zij wensen te ontlopen.

Met het referendum kan de nieuwe hoogopgeleide burgerij zichzelf uitdrukken. Via een stem die slechts één keer per vier jaar wordt uitgebracht, lukt dat niet. In onze tijd volgen we niet meer de politieke partijen en hun leiders. We beschouwen hen niet als richtinggevend: we wijzen zelf de richting aan. We hebben de mogelijkheid om op basis van zelf bijeengebrachte feiten onze eigen belangen te formuleren. Een partijprogramma is daarvan niet meer dan een beperkte afspiegeling.

De frustratie die veel moderne burgers kennen ten aanzien van het politieke proces, wordt door politici als Zijlstra aangewakkerd. De overdracht van autonomie naar een ongrijpbare bureaucratie in Brussel maakt veel burgers ongerust. Politici maken van de oppositie tegen de euro en de Europese besluitvorming altijd een karikatuur; dan waarschuwen ze ervoor dat we van Europa afhankelijk zijn en als we aan hun ambities rammelen straks straatarm in de kou zitten. Het is een leugen dat we elkaar met bommen gaan bestoken als we geen Europese president meer hebben. Dat is allemaal vuig bedrog, lege retoriek, vals gemanipuleer.

Federatie

De EU wil van de lidstaten federale staten maken. Laat hier geen misverstand over bestaan: de politieke elites zijn op weg naar een federatie die in een Europese context niet anders dan een verlichte tirannieke technocratie zal zijn. Europa is geen etnische, culturele, historische eenheid. Deze eenheid zal van bovenaf worden opgelegd en beheerst. En het zal gebeuren zolang de elites het referendum bij ons weghouden.

Het is nu van belang dat we de EU uitkleden tot vooral een economisch samenwerkingsverband. Natuurlijk passen grensoverschrijdende fenomenen als bestrijding van criminaliteit en terrorisme in dat verband, maar de federatieve tendensen moeten worden gestopt. Door ons, de mondige burger.

Ook al lijkt me meneer Zijlstra een aardige man, ik moest me inhouden om het tv-toestel waarop hij verscheen niet door het raam in de sneeuw te sodemieteren. Daar zat weer een volksvertegenwoordiger met een grijns te beweren dat wij ons lot in zijn handen hebben gelegd en dus niks hebben in te brengen aangezien hij dank zij een negentiendeeeuws middel vier jaar lang mag doen wat zijn partij en zijn kaste goedachten.

Onze betrekkingen met de Brusselse bureaucraten dienen te worden aangepast en gemodelleerd naar onze wensen, niet naar die van beroepspolitici. Wordt het niet tijd voor een brede beweging die aan de gedachte dat de burger een hulpbehoevend, zielig en onwetend wezen is een einde maakt?

 

De vertegenwoordigende democratie is het probleem, niet het referendum.

***

 
De man blijkt in ‘Vrij Nederland’ te schrijven, een tamelijk links weekblad, dat eerst ondergronds verscheen in Augustus ’40 onder de Duitse bezetting. Wie dat overleefd heeft, moeten wel speciale mensen zijn..

 

***

(Get) AA 3AB, strijder-schrijver op rust van blog-bubbels. Hij observeert de wriemelende mensenmassa’s en licht op klaarlichte dag het gebeuren bij met een stal-lantaarn. Want hij heeft niet graag dat Breedsmoel-kikkers in zijn zonlicht komen staan.

“Ut mien zunne, of ‘k straal joe, zei de bie”.